Hoe kunnen we de gezondheid van mens en planeet het beste verenigen?

Samenvatting
Wat wij eten beïnvloedt zowel onze gezondheid als die van de planeet. De uitdaging van gezonde en duurzame voeding bestaat erin deze twee aspecten zo goed mogelijk met elkaar te verzoenen. Naast het terugdringen van voedselverspilling- en verlies en het verbeteren van de voedselproductiepraktijken, kan het overschakelen op een gevarieerd, overwegend plantaardig dieet (zoals het flexitarisch dieet of een territoriaal gediversifieerd dieet) helpen om dit evenwicht te bereiken.

Onze eetgewoonten beïnvloeden onze voedingsstatus. Maar de voedselproductie heeft dan weer een impact op het milieu door de uitstoot van broeikasgassen, het gebruik van watervoorraden en land, vervuiling en de vermindering van de biodiversiteit. Daarom moeten wij wereldwijd overschakelen op een gezonde en duurzame voeding om het risico op niet-overdraagbare ziekten gekoppeld aan obesitas en ondervoeding te verminderen, en tegelijk de gezondheid van onze planeet in de toekomst te beschermen.

Gezonde en duurzame voeding moet aan bepaalde criteria voldoen. Zo moet ze voedzaam, betaalbaar, toegankelijk, cultureel aanvaardbaar en weinig belastend voor het milieu zijn. Verscheidene deskundigen waaronder EAT-Lancet en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn het erover eens dat dergelijke voedingspatronen wellicht de richting uitgaan van het flexitarisme of territoriaal gediversifieerde diëten, met eventueel verder uitsluiten van voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong.

- Een flexitarisch dieet bevat veel plantaardig voedsel, weinig vlees en matige hoeveelheden gevogelte, eieren en zuivelproducten.

Het Belgische model van de Voedingsdriehoek, ontwikkeld door het Vlaams Instituut Gezond Leven, stemt met deze principes overeen.

- Een territoriaal gediversifieerd dieet (bv. het mediterrane of het Nordic dieet) is een flexitarisch voedingspatroon dat specifiek is voor een regio en hoofdzakelijk gebaseerd is op seizoensgebonden en plaatselijk geproduceerde voedingsmiddelen.

Er zijn beperkingen waarmee rekening moet worden gehouden en die toenemen met de mate waarin levensmiddelen van dierlijke oorsprong worden geweerd. Zonder professionele begeleiding kunnen traditionele plantaardige voedingspatronen (veganistische, vegetarische en pescotarische voedingspatronen) het risico op voedingstekorten verhogen, zeker voor specifieke bevolkingsgroepen zoals zuigelingen, kinderen/adolescenten, zwangere/lacterende vrouwen en bejaarden. Flexitarische en territoriaal gediversifieerde diëten kunnen daarentegen voldoen aan de energie- en voedingsbehoeften van verschillende bevolkingsgroepen zonder dat specifieke dieetvoorlichting of supplementen nodig zijn. Vergeleken met veganistische, vegetarische of pescotarische voedingspatronen gaan flexitarische en territoriaal gediversifieerde diëten gepaard met minder voedselverspilling. Ze zijn wellicht ook vlotter aanvaardbaar. Bovendien kunnen ze een makkelijkere overstap vormen voor mensen die een westers dieet gewoon zijn. Negatieve milieueffecten zijn aanzienlijk kleiner in vergelijking met westerse diëten, vooral als de diëten plaatselijk seizoensgebonden voedsel omvatten.

Een verandering in onze voedselkeuze is van essentieel belang als wij onszelf willen blijven voeden met een beperkt effect op het milieu. Enkele basisbeginselen kunnen ons hierbij helpen.

Meer plantaardig voedsel …

Het eten van meer plantaardig voedsel en minder dierlijk voedsel, vooral rood vlees, kan helpen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. In vergelijking met westerse voedingspatronen worden op het vlak van gezondheid overwegend plantaardige voedingspatronen vaker in verband gebracht met een verminderd risico op obesitas en diverse voedingsgerelateerde ziekten (hartziekten, diabetes, bepaalde kankers …). Maar de volledige uitsluiting van dierlijke voedingsmiddelen kan gepaard gaan met een risico op tekorten aan bepaalde essentiële voedingsstoffen. Een flexitarisch of territoriaal gediversifieerd dieet, met slechts een kleine hoeveelheid rood vlees en een beperkte consumptie van gevogelte, zuivel, eieren en vis, kan voor een goed evenwicht zorgen en de inname van de nodige voedingsstoffen bevorderen.

Een zorgvuldige keuze van dierlijk voedsel …

Ongeveer 60% van de broeikasgasemissies voor de voedselproductie is toe te schrijven aan voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. Maar niet alle voedingsmiddelen hebben dezelfde impact. De uitstoot varieert binnen deze groep levensmiddelen. De productie van rundsvlees veroorzaakt meer broeikasgassen (per kg levensmiddel) dan varkensvlees, kip, vis, eieren en melk. Dit komt deels doordat runderen methaan produceren, maar ook doordat runderen tot 28 keer meer land nodig hebben dan alle andere dieren (inclusief melkvee) samen. Hoewel wij de grootste reductie van broeikasgassen kunnen bereiken door vlees uit onze voeding te weren, kunnen flexibele voedingspatronen die de consumptie van rood vlees aanzienlijk reduceren, en met een beperkte consumptie van gevogelte, zuivel, eieren en vis, ook al effectief zijn.

Een gevarieerde voeding…

Variatie in onze voeding is belangrijk, want bepaalde voedingsbestanddelen beïnvloeden ons vermogen om de voedingsstoffen te verteren. Zo verhogen lactose en vitamine D de opname van calcium, vitamine B, folaat, magnesium en zink. Een breed scala aan voedingsmiddelen, en zeker deze die rijk zijn aan vezels, kan ook helpen om de diversiteit van het darmmicrobioom te bevorderen. Deze bacteriën spelen een belangrijke rol bij het behoud van een goede gezondheid. Ook het opnemen van gefermenteerde levensmiddelen (gefermenteerde melk, yoghurt, kefir enz.) in de voeding kan een positieve invloed hebben op de gezondheid van het darmmicrobioom.

Ga voor lokaal ...

Het milieueffect van voedsel hangt af van hoe en waar het wordt geproduceerd en opgeslagen, en van de afstand die het vóór de consumptie aflegt. De broeikasgasemissies zijn dus veel hoger voor exotische groenten en fruit die van ver komen, vooral als ze zijn ingevlogen of in kassen zijn geteeld. Het eten van lokaal en seizoensgebonden voedsel kan daarom helpen de milieu-impact van voedsel te verminderen.

Referenties:

Luis A Moreno, Rosan Meyer, Sharon M Donovan, Olivier Goulet, Jess Haines, Frans J Kok, Pieter van‘t Veer, Perspective: Striking a Balance between Planetary and Human Health: Is There a Path Forward?, Advances in Nutrition, 2021;, nmab139, https://doi.org/10.1093/advances/nmab139

Voedingsdriehoek, Vlaams Instituut Gezond Leven (2017), Voedingsdriehoek | Gezond Leven

Conclusie

Naast het terugdringen van voedselverspilling en -verlies en het verbeteren van de voedselproductiepraktijken kan het volgen van een gevarieerd, overwegend plantaardig voedingspatroon (zoals het flexitarisch of een territoriaal gediversifieerd dieet) bijdragen tot een evenwichtige gezondheid voor mens en planeet.